Sector

Bemonsteringsplan TTX 2017


Op basis van de ervaringen in 2016 is onderstaand voorstel opgesteld m.b.t. het monitoren van de verwaterpercelen door de sector.

 

Vermindering afhankelijkheid van bemonsteruitslag

Gedurende de eerste weken van het seizoen (ca. week 26-29) kunnen de risico’s worden beperkt door – zeker op de spannende dagen als donderdag en vrijdag - vooral gebruik te maken van andere routes voor aanvoer, per big bags, kleine partijen via de veiling. Dit voorkomt onnodige spanning rondom de laboratoriumuitslag op donderdag en vrijdag en houdt de risico’s in de bedrijfsvoering beter zelf beheersbaar. Ook kan de spanning verkleind door gebruik van de alternatieve verwaterpercelen voor het opbouwen van voorraad; op basis van de resultaten van 2016 wordt daar geen TTX overschrijding verwacht. Zeker bij een aangepaste norm. Tegelijk worden ook de mogelijkheden van het gebruik van de verwaterpercelen maximaal gehouden met een gericht bemonsterprogramma. Dit is hieronder uitgewerkt.

SSO

Met de SSO (Sanitaire Schelpdier Onderzoek) van de NVWA wordt in de zomermaanden elke woensdag elk productiegebied zoals Oosterschelde Oost, Noord, Midden, West, bemonsterd. De uitslag is er in de loop van de vrijdag. Wanneer de uitslag slecht is en het productiegebied wordt gesloten, mogen ook de mosselen die donderdag en vrijdag zijn gevist niet de in de handel gebracht, zonder dat die partij eerst gecontroleerd en goed bevonden is. Maatregelen gaan in met terugwerkende kracht tot de dag na monstername.
Om recall te voorkomen wordt voor de verwaterpercelen geadviseerd - wanneer er kans is op TTX - op donderdag en vrijdag niet te vissen totdat de uitslag bekend is.

 

Aanvullende sectorbemonsteringen verwaterpercelen
Op alle donderdagen wordt door de sector bemonsterd op eendeelgebied van de verwaterpercelen zoals Yerseke Bank 1, 2, 3, 4 en de Bol. De uitslag is in de loop van vrijdag bekend. Bij een goede uitslag kan ook – ongeacht de uitslag van de SSO voor het productiegebied Oosterschelde Oost – vanaf het uitslagmoment weer een week gevist in dit deelgebied van de verwaterpercelen. Om recall te voorkomen wordt voor de verwaterpercelen geadviseerd - wanneer er kans is op TTX - geadviseerd op vrijdag, tot de uitslag bekend is, geen mosselen verwerken/verzenden die op vrijdag zijn gevist

  1. Wanneer de uitkomst van het SSO slecht is en OS Oost en/of OS Midden worden gesloten, worden de deelgebieden op de verwaterpercelen in deze productiegebieden ook op maandag bemonsterd (uitslag op dinsdag). Bij een slechte uitslag van de eigen bemonstering kan vanaf het uitslagmoment niet meer gevist in dit deelgebied van de verwaterpercelen.
  2. Bij een duidelijk afnemende trend waarneembaar kan (in overleg met de NVWA) teruggeschakeld naar 1x/week (donderdag).
  3. Als de piek duidelijk voorbij is (naar verwachting na ca 3-4 weken) en de gebieden weer open, wordt nog steeds wekelijks bemonsterd maar worden deze monsters niet meer gelijk geanalyseerd. Ze worden wel aan het RIKILT aangeleverd, zodat bij een onverhoopt slechte uitkomst in het SSO de monsters gelijk ingezet kunnen worden. Na verloop van tijd kan overwogen worden om de monsters in eigen vriezer te houden (wel te laten verzegelen door de NVWA) om koerier kosten te besparen, maar wel voldoende monsters paraat te hebben.

Bemonsterplan Alternatieve verwaterpercelen Vondelinge
Bemonstering van de 2 deelgebieden waarin de alternatieve percelen zijn opgedeeld (erkend als ‘partij’ door de NVWA): start in week 25 (donderdag 22 juni). Initieel 1x per week op donderdag. Op basis van de waarnemingen 2016 worden geen overschrijdingen verwacht in Midden en zijn stappen b en c. niet aan de orde. Toch wordt voorgesteld een bemonsterprogramma te doen om risico’s op bijv. recalls die ontstaan bij overschrijding in het productiegebied Oosterschelde Midden te minimaliseren. Dit leidt tot het volgende schema:

Aantal monsters/week (indicatief, vanaf ca wk 31 monsters naar vriezer)

wk

25

26

27

28

29

30

31

31

33

34

35

36

Vondelinge Noord

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

Vonderlinge Zuid

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

 

Bemonsterplan verwaterpercelen Oosterschelde Oost

Voor de andere deelgebieden moet bij een norm van 44 en 70 rekening gehouden worden met overschrijdingen in meerdere gebieden van enkele weken. Omdat het laten liggen van de mosselen voor langere tijd kan leiden tot afname in het vleespercentage, kan dit reden zijn deze verwatergebieden in de maanden juni en juli niet te gebruiken. Echter vanwege de afstand van de alternatieve verwaterpercelen tot Yerseke wordt voorgesteld deze verwaterpercelen zolang mogelijk toch in gebruik te houden, afhankelijk van de norm en bijv. voor kleinere hoeveelheden.

Om de bemonsterkosten te beperken wordt voorgesteld het gebruik in juni-juli te beperken tot 2 deelgebieden. Het gaat dan om YB1 en de Bol, aangezien daar de minste sluiting te verwachten valt, op grond van de resultaten van vorig jaar. Gebruik van YB3 in de zomermaanden (juni-augustus) wordt in ieder geval sterk afgeraden!
Voorwaarde bij gebruik van de verwaterpercelen in OS Oost gedurende de eerste weken van het seizoen (de meest risicovolle weken) is om de mosselen niet langer dan 10 dagen te laten liggen. Daarmee is de ‘worst case’ beperkt en bestaat het vermoeden dat accumulatie van TTX minder zal optreden.
Bemonstering van de 2 deelgebieden in OS Oost: start in week 25 (donderdag 22 juni). Verder wordt in onderstaande bemonsterplanning rekening gehouden met alle genoemde stappen a. tot e.
Aantal monsters/week (indicatief, vanaf ca wk 31 monsters naar vriezer)

wk

25

26

27

28

29

30

31

31

33

34

35

36

YB1

1

1

2

2

2

1

1

1

1

1

1

1

Bol

1

1

2

2

2

1

1

1

1

1

1

1


Logistiek
Wekelijks wordt door de bedrijven onderling per deelgebied bepaald wat de ‘worst case’ mosselen zijn: welk bedrijf heeft de mosselen het langst op een perceel liggen. Ieder bedrijf wordt gevraagd hiervoor één aanspreekpunt aan te wijzen. Jan van Stee is gevraagd de bemonstering te verzorgen. Jaap de Rooij coördineert de bepaling van de ‘worst case’ en instrueert Jan van Stee over monstername. 
Nico de Regt is gevraagd de koeriersdiensten te verzorgen, zodat de mosselen tijdig in Wageningen worden aangeboden aan het RIKILT.

 

Herbevestigen afspraken 2016 met NVWA
- voor door de sector genomen monsters op partijen/deelgebieden geldt dat evt. maatregelen (sluiting) ingaan op de dag na monstername (in geval van monstername op donderdag dus op vrijdag)
- bij de hoge frequentie van 2x/week bemonsteren geldt dat de percelen ‘open’ blijven tot de uitslag er is (dinsdag- en vrijdagochtend),
- we werken o.b.v. ‘worst case’: mosselen die het langst in een deelgebied liggen worden bemonsterd
- indien de SSO-monsters op andere dagen worden genomen dan de woensdag, wordt de sector hiervan direct op de hoogte gebracht, zodat we indien nodig ons schema ook kunnen aanpassen
- uitslagen van de sectormonitoring wordt direct gedeeld met de NVWA. Uitslagen van het SSO worden z.s.m. telefonisch/persoonlijk gedeeld op vrijdagmiddag rond 13.00 uur vooruitlopend op evt. besluiten en formele rapporten.